TIPS 
 Home
 Houtdraaien
 Houtdraaibank
 Beitels
 Houtsoorten
 Draaisnelheid
 Slijpen
 Gezondheid
 Staal
 Harden
 Afwerken
 Tips
 Werkplaats
 Gereedschap
 Vazen
 Schalen
 Diversen
 Links
 Schroefdraadsnijden
 Lintzaag
 Projecten
 Lijstklem
 Project-slijpen
 Draailes
 Bibliotheek
 Motoren/
frequentieregelaar

 Ertsgebergte



   

www.de-houtdraaier.nl

 

 

Elke houtdraaier heeft zijn eigen wijsheden of misschien zijn het soms wel eigenwijsheden. Toch wil ik het wagen om af en toe wat tips op te schrijven en mogelijk ook te voorzien van een foto en of tekening. Alles is zeker niet door mij bedacht maar het zijn altijd handigheidjes die ik belangrijk genoeg vind om door te geven. Als er naar aanleiding van deze pagina vragen of reacties zijn kan er gebruik gemaakt worden van het gastenboek.  

Neem bij het bewerken van hout en metaal altijd maatregelen om ongevallen te voorkomen. Draag minimaal een veiligheidsbril en beschermende kleding. Ik ben er van overtuigd dat de beschreven methoden en technieken juist en nauwkeurig zijn, maar ik kan geen enkele verantwoordelijkheid aanvaarden voor fouten of weglatingen. Het toepassen van de tips blijft ook voor eigen risico.

In de handel bestaan er allerhande sjablonen om bijvoorbeeld de diameter te meten bij het draaien van langshout. Als u die niet heeft is een schuifmaat een prima stuk gereedschap, maar ook met een set steeksleutels kan er snel en eenvoudig een diameter vastgesteld worden.

Om te beoordelen welke maat er uit een onregelmatig stuk hout te halen is bestaan er sjablonen van doorzichtig plastic met daarop cirkels en maten. Zo'n sjabloon is met een computer, tekenprogramma, overheadsheet en laserprinter eenvoudig en veel goedkoper, zelf te maken.

Er zijn handige instrumentjes te koop om het middenpunt van een stuk draaihout te bepalen.  Als je er daar nog geen van bezit gaat het ook met een schrijfhaak en een meetlatje. Houd de meetlat tegen de 45° hoek op de schrijfhaak. Als je nu de 90° hoek aan de buitenzijde tegen het hout legt geeft het meetlatje een middellijn aan. Twee lijnen geven het middenpunt aan.

Om te voorkomen dat het meedraaiend center het hout splijt kan een kraalring tussen center en hout goede diensten bewijzen. De kraalring aan de onderzijde met een sleutelvijltje voorzien van een scherpe rand verbetert de werking.

Om een metaalbout vast te zetten in hout kan erg goed een zogenaamde spreidplug van messing dienen. Het vastzetten in een goede harde houtsoort als beuken levert echter toch wel wat problemen op, de plug gaat na een tijdje meedraaien. Een conisch gedraaid stukje hardhout in de plug en een klein beetje montage lijm aan de punt van de plug, zorgen er voor dat de plug onwrikbaar vast komt te zitten, als u de plug even vast duwt door een bout in te draaien.

Een spreidplug is relatief lang en soms is het hout te dun voor zo'n lange plug. Een 'rampa', inschroefmoer, van staal of messing biedt dan uitkomst. 
De erg grove  draad aan de buitenzijde van de moer maakt het wel enorm lastig om de moer zuiver haaks in het hout te draaien. Dat is eenvoudig te verhelpen door een extra moer te kopen en die om te bouwen tot een draadtap. Met een haakse slijpmachine of gewoon met een vijl worden er drie gleuven dwars op de draad gemaakt. Met een zoet sleutelvijltje alles nog eens nalopen en er voor zorgen dat de 'snede' scherp wordt.

                               

                          

                             Rampa omgebouwd tot draadtap


De behandelde moer wordt op een bout gedraaid en vastgezet met een contramoer. Door een pijpsleutel te gebruiken ontstaat er een prima wringijzer met tap. In het voorgeboorde gat kan nu zuiver haaks draad worden getapt. Een beetje bijenwas aan de tap maakt het snijden wat makkelijker.  

                                

                           

                              O.a. krukje voor rampadraadtap

Op deze wijze zijn houten stergrepen te maken voorzien van millimeterdraad en ook voor het maken van een tafel voor de bovenfrees biedt dit veel mogelijkheden.

In de lunette, zie onder gereedschap, is deze techniek toegepast. 

                                 

                                                    Twee lunettes

De stergrepen zijn voorzien van rampa's terwijl de lunette op de draaibank wordt vastgeklemd met een bout die in een spreidplug wordt gedraaid.

                                 

Rampa's verwerkt, tap met wringijzer en  messing spreidpluggen

Met een draaibank heb je een prima stuk gereedschap om degelijke hamers en kloppers te draaien. Om een steel aan een hamer of klopper te zetten zal een geoefend draaier een hulpstuk maken waarin hij de gedraaide kop klemt en deze vervolgens op de bank boren. Op die manier zal de steel prima gecentreerd in de kop komen. 

                                  

Diverse hamers, beuk, kersen, rhododendron, bankirai

Het kan ook anders, b.v. met de kolomboormachine. Maak op een plankje twee stukken profiel van 45° vast vast. Leg de v- groef die dan is ontstaan onder de kolomboor. Met de fijne punt van een speedboor kan  nu precies het midden van de v-groef gezocht worden. Zet nu alles vast met een klem. Leg de hamerkop in de v-groef , rekening houdend met het midden van de hamerkop (lengte) Het gat kan nu geboord worden. De steel zal dan recht in de hamerkop gelijmd kunnen worden.

                           

Als u een houtvierklauw (chuck) heeft dan is het handig als er met slagcijfers op alle losse beksets, cijfers geslagen worden 1,2,3 en 4 Op de zettingen moeten dan de corresponderende cijfers komen. Daarnaast is het handig als op de losse onderdelen een referentieteken komt te staan. Op die manier zal een werkstuk beter gecentreerd zijn als het werkstuk eens opnieuw opgespannen  moet worden. Mits het werkstuk natuurlijk ook een referentieteken heeft gekregen dat correspondeert met het teken op de klauw.

 

Als de draaibank toe is aan een nieuwe motor en u heeft geen elektronische regeling en ook geen plannen om die aan te schaffen. Denk dan eens aan een motor met elektromechanische rem. Het werkstuk staat dan veel sneller stil en dat werkt erg prettig. Een elektronische toerental regeling verzorgt zelf het snel afremmen van het werkstuk.

                                         

                                     Draaibank en diverse beitelsteunen

 

Naast de draaibank met zijn beitels gebruiken we als houtdraaier ook vaak nog ander verspanend gereedschap. Zaag, frees enz.  Als de snijkanten van dit gereedschap zwart aanlopen, door afzetting van o.a. hars, gaat het snijdend vermogen sterk achteruit, terwijl we ook zien dat het gezaagde hout brandsporen vertoond. We moeten het gereedschap dan schoon maken. Dat kan mechanisch b.v. met een staalborstel maar dat heeft het risico in zich dat we het gereedschap ook flink bot maken.
Het schoonmaken gaat zonder veel inspanningen met ovenreiniger. Gewoon insmeren en het spul dan zijn werk laten doen. Na een half uurtje met veel water goed afspoelen en het gereedschap na droging zorgvuldig behandelen met WD 40. Bij dit karwei wel goede plastic handschoenen dragen en een veiligheidsbril

 

 

Houtdrogen.

De vraag hoe lang hout moet drogen is er een waar een heel hoofdstuk aan gewijd zou kunnen worden. Je kunt de vraag echter ook af doen met de vuistregel die vaak gehanteerd wordt: "1 cm per jaar." M.a.w. een stuk hout van 10 cm dik heeft een droogtijd van vijf jaar.

In de praktijk ligt het wel een heel stuk genuanceerder. Houtsoorten met een grote dichtheid hebben een langere tijd nodig om te drogen dan lichte houtsoorten. Dus een stuk eikenhout droogt langzamer dan een stuk vuren.

Ook de tijd van oogsten is belangrijk. Het is logisch dat het hout dat in de zomer wordt gekapt veel meer water bevat dan het hout dat in de winter wordt geoogst. In principe wordt er in de zomer geen hout gekapt maar nood breekt wet. Op zondag 18 juli 2004 stond ik nog de kroon van een zeventigjarige eik weg te zagen die tijdens een hevige onweersbui met forse windstoten uit een boom was gebroken. Dit natte zware hout gaat een lange droogtijd tegemoet zien.

Door het hout te schillen kunnen we de droogtijd aanzienlijk verkorten. Voor sommige houtsoorten is dat sowieso een must omdat ze anders erg snel door insecten aangevreten gaan worden. Als we een stuk notenhout te pakken kunnen krijgen moeten we dat eigenlijk direct schillen anders is het geheel opgevreten tegen de tijd dat het droog is. Hout van fruitbomen droogt ook erg langzaam en met name kersenhout trekt zich niets aan van de bovengenoemde vuistregel. Voor het houtdraaien zijn de droogtijden op zich niet zo belangrijk. We kunnen het hout immers ook nat verwerken. Nat hout snijdt veel en veel makkelijker en het uithollen van een schaal gaat enorm snel. Als we een schaal nat uitdraaien moeten we deze vrij dik laten. We kunnen de kopse kanten daarna met b.v. paraffine insmeren en het hout vervolgens verder laten drogen. Die paraffine moet de krimpscheuren voorkomen en zorgt er voor dat het hout op die plaatsen niet te snel indroogt. Na een aantal maanden voorzichtig drogen kunnen we de schaal daarna opnieuw opspannen en verder afdraaien. Op die manier sparen we jaren droogtijd. 

Een tamelijk onbekende manier van houtdrogen is het droogkoken van hout.

Het koken van het werkstuk zorgt ervoor dat de droogtijd enorm wordt teruggebracht.

Door het hout te koken worden de cellen en de harsen in het hout soepeler waardoor de cellen makkelijker en vlugger het vocht kunnen loslaten. Tijdens het koken zetten zich aan de buitenzijde van het hout een deel van de aanwezige kleurstoffen af waardoor de tekening van het hout verloren lijkt te gaan maar zodra we het hout weer gaan bewerken zien we dat enkel een dunne buitenlaag van kleur veranderde.

Het drogen van hout door koken heeft een duidelijk aantal voordelen ten opzichte van de natuurlijke droging of de geforceerde droging in droogkamers

De voordelen zijn:

  • De droogtijd is aanmerkelijk korter;
  • Micro organismen, zoals b.v. schimmels worden gedood;
  • Er is aanzienlijk minder kans op droogscheuren;
  • Over het algemeen kunnen de te drogen werkstukken groter zijn dan bij het gebruik van de magnetron.

Om geen ruzie te krijgen met de keukenbrigade, moet je het koken wel buiten doen want de stank is heel behoorlijk. Ook adviseer ik een grote oude pan te gebruiken omdat de houtsappen de binnenzijde van de pan kunnen verkleuren.

Allereerst gaan we het hout ruw voordraaien en voor een schaal, ook uithollen. We laten daarbij, voor een schaal van ongeveer dertig centimeter, een wanddikte ongeveer 2,5 cm.

Als we groter draaiwerk hebben moet de wand ook naar verhouding dikker blijven.

Door het droogproces zal het hout gaan trekken en hebben we die dikte nodig om straks een mooi werkstuk te kunnen draaien dat geen ‘bekken meer trekt". Sommige naaldhoutsoorten kunnen dusdanig werken dat een nog dikkere wand noodzakelijk is we zullen dat proefondervindelijk moeten vaststellen. We zorgen dat het centreerpunt duidelijk aanwezig is, zodat we dat na het koken weer makkelijk kunnen terugvinden.

Na het ruw afdraaien stoppen we het werkstuk in kokend water en laten het ongeveer een half uur koken. Om het hout onder water te houden moeten we het verzwaren, b.v. met een flink stuk staal.

Als de tijd om is halen we het werkstuk voorzichtig uit het water en dompelen het even in koud water om het wat te laten afkoelen zodat het beter te hanteren is. We gaan het werkstuk nu wegen. Hierna brengen we het werkstuk naar een koele, goed geventileerde, ruimte waar het werkstuk nu verder kan drogen.

Het droogproces duurt ongeveer drie weken. We zien dat het werkstuk in het begin flink uitdampt en het lijkt zelfs al droog te zijn na enige tijd maar dat is beslist nog niet zo. We wegen het werkstuk de komende tijd regelmatig.

Als we, bijvoorbeeld zomers, de indruk hebben dat het werkstuk te snel droogt kunnen we het in een zak van papier stoppen die we niet geheel dicht maken. Het uitdampen zal dan wat langzamer gaan en mogelijk voorkomen we op die manier scheurtjes.

Zodra het werkstuk drie dagen achtereen geen gewicht meer verliest is het werkstuk droog en stabiel.

We kunnen het werkstuk nu verder gaan afwerken. Als eerste gaan we het aangripstuk voor de chuck weer ronddraaien waarbij we het meedraaiend center in het centerpunt van ons werkstuk steken. Door een dik stuk vilt in het werkstuk te leggen kunnen we het werkstuk met de losse kop tegen de chuck duwen. Het werkstuk nu zo goed mogelijk centreren met behulp van de gereedschapssteun als referentiepunt. Op deze manier wordt het werkstuk dan aangedreven en kunnen we het gripstuk weer zuiver rond draaien waarna het werkstuk omgedraaid kan worden en we het kunnen vastzetten op de chuck. We kunnen het werkstuk nu geheel gaan afdraaien en afwerken op de ons vertrouwde wijze.

Als onze pan groot genoeg is kunnen we natuurlijk meerdere stukken tegelijk koken.

 

Houtdrogen in de MAGNETRON.

Een levende boom kan, ten opzichte van het droge houtgewicht, 30 tot 200% vocht bevatten.

Dicht hard hout bevat veel minder water dan een snelgroeiende zachte houtsoort. Het spinthout bevat veel meer water dan het kernhout. Daarnaast kan het jaargetijde een enorm grote rol spelen. Vroeg in de zomer bevat een boom hier in onze streken het meeste water, dan vertoont een boom immers de sterkste groei. In de winter, ook al is er dan soms een overvloed aan vocht voorhanden in de bodem, staat de groei vrijwel geheel stil en bevat de boom ook het minste water.

Het water in de boom bevindt zich in en tussen de houtcellen. Als het hout begint te drogen verdwijnt eerst het water tussen de cellen. Dit heeft nog geen gevolgen voor het houtvolume, pas als ook het vocht in de cellen gaat verdampen treden er spanningen op in het hout en kunnen er droogscheuren gaan ontstaan.

Op de een of andere manier levert het drogen met behulp van de magnetron minder spanningen op in het hout. We moeten dat bij voorkeur wel doen met een werkstuk dat we zo dun mogelijk hebben afgedraaid uit nat hout. Daarbij is het van zeer groot belang dat de wanden en de bodem van het werkstuk even dun zijn.!!!

Als we zo’n werkstuk op natuurlijke wijze laten drogen ontstaan er al veel minder spanningen in het hout, maar dan duurt het drogen een behoorlijke tijd..

Met behulp van de magnetron gaat het allemaal veel vlugger, maar kost het ons veel inspanningen, je bent er ongeveer 24 uur behoorlijk mee in de weer.

We beginnen met het te drogen werkstuk nauwkeurig te wegen en schatten het percentage vocht zo goed mogelijk in. (Ik kom hier nog op terug.) Dan gaat het werkstuk in de magnetron voor 2 minuten bij 300 tot 400 watt vermogen. Daarna halen we het werkstuk uit de oven om het te laten afkoelen. (Voorzichtig het werkstuk kan flink heet zijn.)

Dat afkoelen doen we op een zo koud mogelijke plaats. Zodra het werkstuk volledig is afgekoeld wordt het opnieuw gewogen. Daarna gaat het werkstuk weer voor twee minuten in de magnetron bij 300 tot 400 watt vermogen.

Dit proces van verhitten in de magnetron, afkoelen en wegen blijven we herhalen tot we inschatten, aan de hand van onze weegresultaten en ervaring, dat er nog een rest vochtigheid is van zo’n 15%. We drogen dus niet door tot 0%, dat zou vrijwel zeker verbranding van het werkstuk tot gevolg hebben.

Een probleem bij dit alles is dat we niet weten hoeveel vocht het hout bevat als we beginnen. Per houtsoort zijn er zeer grote verschillen, terwijl ook de seizoenen kunnen zorgen voor enorme verschillen bij dezelfde houtsoort, zoals ik in de aanhef al aangaf. Als we dus niet beschikken over een dure houtvochtmeter, zullen we af moeten gaan op onze ervaring en gevoel. Ervaring krijgen we vanzelf als we veel met de magnetron werken en vooral als we onze resultaten goed vastleggen.

Beginwaarde, tussenwaarden, datum (seizoen) zijn allemaal indicaties die we moeten noteren. Met de loop der jaren ontwikkelt zich dan vanzelf een goed inzicht.

Het mooie van het drogen in de magnetron is dat het hout flexibeler wordt. We kunnen dus, als we bijvoorbeeld een hoed hebben gedraaid, deze gedurende het droogproces uitstekend in een gewenste vorm buigen zonder dat we het risico lopen dat we het hout direct breken.

Wel met beleid werken natuurlijk!!

Drogen van hout met behulp van de magnetron is niet moeilijk. Wel kost het ons veel inspanning en aandacht. Dat er ook grote voordelen zijn heb ik hierboven aangegeven.

  

Een andere manier van drogen is al draaiende.

Al eerder schreef ik dat het draaien van vers hout erg prettig is om te doen. Nat hout laat zich bijna als vanzelf draaien en de technieken zijn vrijwel gelijk aan die van droog hout. Het voordeel is ook dat het hout op die manier direct te gebruiken is en met bepaalde droogtechnieken is het werkstuk ook snel geheel klaar. Massief hout heeft jaren nodig om te drogen en dan nog is het risico groot dat het hout al vol met scheuren zit. Het hout van een vers gevelde boom begint op de zaagkanten al direct te drogen en soms zijn er al binnen een dag kleine of grotere droogscheuren te bespeuren.

Als je vers hout te pakken kunt krijgen is het dus verstandig die oogst direct te verzorgen. Smeer alle zaagsneden in, b.v. met latex muurverf. Dat is goedkoop en functioneert prima. Sla het hout dan mooi los gestapeld luchtig op onder een afdak in de schaduw. Leg het hout niet binnen omdat er dan vrijwel direct schimmelvorming zal gaan ontstaan. Contact met de grond moet worden vermeden.

Zoek een mooi stuk uit om direct te bewerken op de draaibank. Zonodig ruw vormgeven met behulp van de kettingzaag of op de lintzaag en het vervolgens stevig opspannen en met een lage snelheid rondmaken met de afruwguts. Daarna kunnen we gaan uithollen met een schalenguts of een gewone brede vormguts die met een vingernagelprofiel is geslepen.(Niet met de afruwguts!) Als we de schaal uit dwarshout draaien werken we met de guts van buiten naar binnen. Daardoor vindt het af te snijden hout steun bij de onderliggende vezels en wordt er keurig glad gesneden. De guts ligt op de zijkant en de snede vindt steun op het hout terwijl de zijkant van de guts snijdt.

Als we uit kopshout een schaal willen draaien werkt een ringvormige beitel of een uitdraaihaak heel erg prettig en snel. Lange krullinten vliegen over je schouders.

We zullen zien dat de grote krullen in hoog tempo uit het hout gedraaid kunnen worden. Nu het hout rond is kunnen we de draaisnelheid mogelijk wat verhogen, hoewel dat tot gevolg heeft dat het sap nog meer wordt weggeslingerd.

Kopshout wordt dus bij voorkeur met een ringbeitel of een uitdraaihaak uitgedraaid en wel van binnen naar buiten. Zou je van buiten naar binnen werken dan zouden de vezels steeds worden uitgetrokken omdat ze geen steun vinden. Bij het van binnen naar buiten draaien steunen de achterliggende vezels steeds de af te snijden vezels en daardoor krijgen we mooi glad werk waaraan we weinig hoeven te schuren.

Als we het werk niet afkrijgen ( door wat lichamelijke problemen kan ik niet lang achtereen draaien) laten we het op de draaibank, maar zorgen er wel voor dat het niet alsnog de kans krijgt snel te drogen. Dat kunnen we doen door het werkstuk goed in te pakken. Met krantenpapier gaat dat uitstekend. Goed afdichten en nergens onbedekt laten. Gebruik geen plastic voor het afdichten omdat het hout daardoor stikt en er soms al binnen een dag sprake is van schimmelvorming.

We kunnen het werkstuk vormgeven en de wanden en de bodem van b.v. een schaal, met een doorsnede van meer dan 25 cm, ongeveer 25 mm dik laten. We moeten die schaal dan verder laten drogen. Als we dat in krantenpapier op een koele plek doen is de schaal in een maand of drie volledig droog en kan verder worden afgewerkt. Tussendoor steeds wegen geeft aan hoe snel het drogen gaat en zodra het gewicht niet meer verandert is de schaal droog .  

                                                  Schaal van dwercypres doorsnede 30cm, natgedraaid, laten drogen en na twee maanden afgewerkt.

 

Een andere methode is de schaal geheel af te draaien tot deze nog slechts een vijftal millimeter dun is. 

                                                   

Wanden en bodem moeten even dun zijn! Des te dunner we draaien hoe minder kans we hebben op scheurvorming. Kleine voorwerpen draaien we af tot twee drie millimeter. Belangrijk is dat we steeds controleren of de gehele wand even dun is en tenslotte ook de bodem. We kunnen dat met de hand of met een speciale diktemeter controleren.

Hieronder is te zien dat de schaaltjes slechts 1,8 mm dun zijn.                                                                    

                                                    

 

Zolang het hout nog goed nat is kan een lamp ons helpen. Licht schijnt prima door nat hout, sommige houtdraaiers maken het werkstuk daarom steeds opnieuw nat met een gieter of een plantenspuit. Dat kan alleen maar als de motor en de schakelaar goed zijn afgeschermd, terwijl we ook moeten oppassen dat we de lamp niet met dat water natmaken.

Als we geen extra water op het hout gebruiken zien we dat het hout door het draaien ook flink wat droger wordt. Dat drogere hout kunnen we redelijk goed schuren door een goede kwaliteit open schuurpapier te gebruiken. Hierna brengen we een laag Deense olie aan en de volgende dag doen we dat nog eens. Het werkstuk zetten we dan weg in een stevige papieren zak op een koele plaats. Na een week of drie is de olie en het hout volledig droog zonder enige vorm van scheuren. Meestal moet dan nog even de onderzijde afgewerkt worden. Door zo dun te draaien is vers hout dus al droog binnen een week of drie zonder dat we last hebben van scheuren. Bij sommige houtsoorten, b.v. fruitbomenhout, kunnen wel meer of minder vervormingen optreden.

Goede resultaten had ik bij lariks, zomereik, dwergcypres, acer, goudenregen en atlasceder.

                                                   

 

Kers en pruim leverden wat vervormingen op.

Bij lariks, dwergcypres en atlasceder kwam op sommige plekken, maanden later, wat fijne hars naar buiten. Deze heb ik volledig laten indrogen en daarna met staalwol 0000 de schaal opnieuw gepolijst. Eventueel kan er daarna een nieuwe laag Deense olie worden aangebracht.

                                                    

 

Door deze methode van nat en dun draaien en vervolgens langzaam drogen was ik in staat om drie weken nadat een goudenregen was geveld de voormalige eigenaar en de tipgever bonbonschaaltjes te overhandigen, gemaakt uit het hout van die goudenregen. Alle partijen blij!

Wellicht ten overvloede wil ik er nog eens op wijzen dat het werkstuk om te drogen koel en luchtig moet staan en dus niet in een centraal verwarmde omgeving. Op die manier kan bijna de garantie worden gegeven dat er geen scheuren in het werkstuk zullen komen.

Als we het werkstuk gaan schuren met behulp van een boormachine moeten we oppassen dat we het hout daardoor niet te warm laten worden, scheuren zijn anders onvermijdelijk. Een halogeenlamp te dicht bij het werkstuk tijdens het draaien leidt ook tot problemen!

 

 

ONDERHOUD TIPS

Door het transpiratievocht van onze handen zien we dat de HSS houtdraaibeitels al snel de neiging hebben om te gaan roesten. Het begint met een lichte aanslag waaruit precies onze vingerafdrukken zijn af te lezen en het gaat verder met de vorming van kleine putjes. Als we het zover laten komen gaan we slecht om met ons gereedschap. Het gaat namelijk ook ten koste van de scherpte van onze beitels een kaarsrechte vlijmscherpe snede is door de putjes immers niet meer mogelijk. Het roesten is eenvoudig te voorkomen. Nabij mijn draaibeitels staat een goed af te sluiten plastic doosje, daarin zit een doekje dat is geïmpregneerd met WD 40. Ongeveer één maal per week haal ik de draaibeitels, en meetinstrumenten even door het doekje waardoor de eventuele fijne aanslag verdwijnt en nieuwe aanslag wordt voorkomen. Het gereedschap blijft zo in goede conditie.

Een compressor is m.i. ook voor de houtdraaier een stuk onmisbaar gereedschap. Het is belangrijk dat de motor van de draaibank regelmatig schoon wordt geblazen. Goed blazen rond de assen, nabij de lagers en het ventilatorhuis zijn het behoud van uw dure spullen. Ook de chuck moet regelmatig pijnlijk schoongemaakt worden om deze zijn precisie te laten behouden. Daarna dun invetten met een zuurvrij vet. Als er smeernippels op de draaibank aanwezig zijn is het goed om een vast schema aan te houden en b.v. eens per maand een slag vet te geven.

De compressor komt ook uitstekend van pas bij het onderhoud van het andere gereedschap, lintzaag, vlak- vandiktebank, cirkelzaag, decoupeerzaag boormachine, bovenfrees, haakse slijper enz. allemaal moeten ze regelmatig goed schoon worden geblazen, waarbij niet alleen al het zichtbare vuil van de buitenzijde weggehaald moet worden maar ook zoveel mogelijk het inwendige schoongeblazen moet worden. Af en toe de gereedschappen eens uit elkaar halen en dan een grote beurt geven is het behoud van uw dure spullen. Dan kan tevens geïnspecteerd worden of het raadzaam is de lagers wat nieuw schoon vet te geven. Met name is dat groot onderhoud aan te bevelen als u met de boormachine en de haakse slijper steen heeft bewerkt. Het steenstof dat de ventilator naar binnen heeft gezogen is funest voor uw gereedschap. Niet schoonmaken betekent een snel begin van het einde. Als er steenstof in het lager zit is het raadzaam het lager goed schoon te spoelen in benzine of petroleum daarna laten drogen en vervolgens het geheel dun in de olie zetten om roestaanslag te voorkomen en daarna het lager vol smeren met een goede kwaliteit lagervet. Als u de machines open heeft beoordeelt u natuurlijk ook even de collector en de koolborstels. Is de collector niet te ver ingesleten of zitten er diepe groeven in. Dat laatste is het geval als u niet op tijd onderhoud pleegde! Zonodig collector laten afdraaien en in ieder geval nieuwe koolborstels plaatsen. Geef de draaiende en andere bewegende delen van uw decoupeerzaag, regelmatig een beetje olie, vergeet niet de zaaggeleider, uw zaagjes en de geleider zullen u  beslist langer dienen.

Draag bij het schoonblazen met de compressor altijd uw stofmasker en werk daarbij zoveel mogelijk in de open lucht.

Naast regelmatig onderhoud van gereedschappen is ook het op de juiste manier gebruiken er van, belangrijk om er lang plezier van te kunnen hebben. Een draaibank met een mechanische versnelling moet steeds op- en vooral teruggeschakeld worden. Het is beslist onverstandig om een draaibank met een zwaar stuk hout aan te zetten, terwijl deze daarvoor werd uitgezet in zijn hoogste versnelling.

U gaat met uw auto ook niet wegrijden terwijl deze in de 5e versnelling staat.

De koppeling en de motor krijgen er dan ongelooflijk van langs en zullen snel de geest geven. De mechanische variomatic van uw draaibank zal hetzelfde lot ondergaan, terwijl ook de elektromotor en de condensator dat gedrag niet zullen overleven. Onregelmatig gevormde stukken hout moeten sowieso altijd met de laagste versnelling bewerkt worden. U merkt vanzelf wanneer het sneller kan.

Gereedschappen van hout en b.v. stelen van hamers enz. gaan duidelijk langer mee als ze ook af en toe eens een laagje olie krijgen. Bijvoorbeeld gekookte lijnolie of een goedkope slaolie. Eens per jaar is een goed gemiddelde.

Uw mooie beukenhouten werkbank moet ook zo nu en dan eens een laagje olie hebben. Of bijenwas met daarin wat olie. Kijk tevens na of de trekstangen en bouten wat aangehaald moeten worden en maak de draaispindels schoon en vet ze dun in.

Tenslotte: WD 40 is een waar wondermiddel maar gebruik het niet als smeermiddel! Primair is het bedoeld om iets gangbaar te maken en roest te verwijderen en te voorkomen. Draaiende en glijdende delen, moet u met een goede soort vet of olie behandelen.

Eind juli 2005 LUCHTVOCHTIGHEID !!!!!!!!!

De piano klinkt vals, de parketvloer bolt op, de straten en de kelders staan onder water en we lopen letterlijk met ons hoofd in de wolken. Een ongekende luchtvochtigheid van 95% gaf mijn hygrometer afgelopen tijd aan! In de werkplaats liep het condenswater van de machines.

We kunnen dat niet voorkomen, maar we moeten wel iets doen aan de gevolgen. Het gietijzerenblad van de lintzaag was egaal roestbruin en ook het bed van beide draaibanken kleurde bruin.

De beste remedie om van dat vocht af te komen is luchten!

’s Middags zakt de luchtvochtigheid meestal wel en dan is het de beste remedie door alles tegen elkaar open te zetten. De machines drogen dan weer snel op.

Vervolgens moeten we alle aangetaste oppervlakken met zeer fijn schuurpapier schoonmaken en daarna goed met WD 40 behandelen. Ook de beitels en andere blankmetalen gereedschappen moeten we nakijken, schoonmaken en met WD 40 inwrijven. Zo houden we ons dure gereedschap in goede conditie en voorkomen we dat de roest putjes gaat vormen

 

De aandachtige lezer is het vast al opgevallen dat ik graag en veelvuldig WD 40 gebruik. Het spul is ook werkelijk erg goed. Hier nog een paar tips voor het gebruik er van, die wellicht niet zo voor de hand liggen. Etiketten en kleine stickers op het gereedschap zijn soms erg moeilijk te verwijderen. Maar ook daarvoor is WD 40 een wondermiddel. Er op spuiten, goed laten inweken en vrijwel altijd kan het plakkerige goedje zonder enig probleem worden verwijderd.

Als u met een verfspuitbus heeft gespoten wordt er altijd geadviseerd de bus op zijn kop te houden zodat het drijfgas daarna de nozzle kan schoonblazen. Veel beter is het de nozzle even van de verfbus te halen en te verwisselen met die op de WD40 bus. Even spuiten en daarna terug op de verfbus. U houdt zo voldoende drijfgas in de verfbus en de nozzle is volkomen vrij van verf.

 

Dat we een vijl kunnen ruineren door er aluminium mee te vijlen weten we eigenlijk wel. Deze loopt direct vol en is dan feitelijk niet meer te gebruiken. De stukjes aluminium uit de kap peuteren is onbegonnen werk.
We kunnen de vijl makkelijk schoonmaken met natronloog (verkrijgbaar bij de drogist).
In een oplossing van natronloog en warmwater verdwijnt het aluminium als sneeuw voor de zon. Wel buiten werken, beschermende kleding, handschoenen en een veiligheidsbril dragen. Het spul is enorm bijtend en mocht u er toch mee in aanraking komen dan spoelen met heel veel water.
De vijl na het schoonmaken goed drogen en vervolgens met wat WD40 tegen roest behandelen.

Soms komen we in onze werkplaats de lang gezochte rol schilderstape weer tegen, maar blijkt deze hard en ingedroogd te zijn. Een vijftiental seconden in de magnetron brengt de rol weer nieuw leven.

Altijd als we net onze messen van de schaafbank hebben laten slijpen raken deze door het een of het ander beschadigd, we zien en voelen dan op het geschaafde hout een kleine verhoging.
Als we daarna de messen even lossen en deze onderling een klein beetje verschuiven, zijn we weer van dat foutje af en sparen we een nieuwe slijpbeurt uit.
Wel de messen daarna weer goed vastzetten en controleren of ze nog goed uitgelijnd zijn.

Als we een ijzerboortje willen slijpen zonder in het bezit te zijn van b.v. een gradenboog om de juiste hoek te kunnen beoordelen, moeten we twee moeren tegen elkaar leggen. De hoek die die moeren samen maken is gelijk aan de hoek die we aan onze boor moeten slijpen.

 

Zo langzamerhand zien we voor de amateur nu ook de lamellofrees op de Nederlandse markt verschijnen. De lamello's zijn nog moeilijk verkrijgbaar en veelal te duur. We moeten er aan denken dat de kracht van de lamello voor een belangrijk deel berust op het uitzetten van het geperste beukenplaatje. Door het vocht in de lijm gaat het plaatje uitzetten en daardoor voor een extra sterke verbinding zorgen. We moeten er daarom opletten dat we de lamello's droog bewaren, eenmaal opgezet verliezen ze hun waarde. Een goed af te sluiten jampot met daarin een paar zakjes silica gel zorgen er voor dat uw dure lamello's lang bewaard kunnen worden. Zonodig de zakjes met silica eerst een halve dag op de verwarming goed laten drogen.

Gewone ronde deuvels van beukenhout kunnen ook te veel vocht hebben opgenomen waardoor ze slecht in de geboorde gaten passen. Deze deuvels kunnen we echter uitstekend drogen met behulp van de magnetron. 10 minuten op de laatste stand is meestal voldoende. Ook daarna opbergen in een goed af te sluiten jampot en wat zakjes silica gel toevoegen.

(Eenmaal opgezette lamello's kunnen we in de magnetron wel drogen, maar zullen daarbij toch te dik blijven en nagenoeg niet meer uitzetten bij de verlijming. In tegenstelling tot de massieve ronde deuvels zijn de lamello's van geperste beukenvezels, eenmaal uitgezet blijven die uitgezet)

Als we de deuvels willen gebruiken moeten we de potten ook niet open laten staan. Het benodigde aantal er uit halen en weer sluiten, zo blijft de voorraad in  een goede conditie.

 

De computer en houtdraaien gaan goed samen, we kunnen veel leren van collega draaiers van over de gehele wereld, maar ook voor het vergroten of verkleinen van tekeningen brengt de computer met scanner en printer soms uitkomst. Erg handig is het als we een laserprinter hebben. We kunnen daarmee een tekening afdrukken en deze vervolgens 'afdrukken' op een stuk hout. Wel die tekening door de computer eerst in spiegelbeeld laten zetten. Daarna de tekening op het hout leggen en met een goed warme strijkbout (stand: wol/zijde) kunnen we daarna de tekening op het hout drukken door gewoon over het papier te wrijven. Als we geen laserprinter hebben kunnen we de tekening eerst bij Albert Heijn kopiëren. (Ergens anders gaat dat natuurlijk net zo goed) Met een afdruk uit een inktjetmachine gaat de truck niet op. Met deze methode kunt u ook gegevens op de onderzijde van uw draaiwerk aanbrengen, mits de onderkant mooi glad werd afgewerkt natuurlijk.

 

In Nederland is er eigenlijk maar één uitgever die veel boeken voor de houtbewerker uitgeeft; Cantecleer. Veruit het grootste deel van die boeken wordt vertaald uit het Engels. Houtbewerken is in de Angelsaksische landen een hobby die een zeer grote vlucht heeft genomen. In ons taalgebied worden nog nauwelijks boeken voor houtbewerkers geschreven en de inspanningen van deze uitgever zijn voor ons hobbyisten dan ook zeer te waarderen. Jammer is het alleen, dat de uitgever zich bedient van vertaalsters die er keer op keer blijk van geven dat ze in het geheel niet weten waar het boek dat ze vertalen over gaat. Het gevolg is dat er aan hun teksten soms geen touw is vast te knopen en er regelmatig klinkklare onzin wordt afgedrukt. Daarnaast worden ook praktische zaken zoals b.v. de maten van houtschroeven gemakshalve maar half ‘vertaald’. Immers als er wordt opgegeven dat er houtschroeven nr.8, 38 mm lang ingedraaid moeten worden kan je met die opgave bij de ijzerhandel niets doen, laat staan bij de bouwmarkt. Daarom hier onder een lijstje met de zogenaamde 'Gauge numbers' en de vertaling daarvan in millimeters. In Amerika wordt de maat aangegeven met het ons inmiddels bekende hekje, #,  en een nummer

We kunnen nu bij de leverancier de maat kiezen die het dichts bij de opgegeven maat ligt.

Houtschroef Gauge-nummer

Maat in milimeters

# 0

1,5

1

1,9

2

2,2

3

2,5

4

2,8

5

3,2

6

3,5

7

3,8

8

4,2

9

4,5

10

4,8

11

5,2

12

5,5

14

6,1

16

6,8

18

7,5

20

8,1

24

9,4

 

De lengte maten worden veelal wel vertaald, of beter gezegd omgerekend naar millimeters. Mocht u een Engels boek hebben dan zult u de lengte nog zelf moeten omrekenen. 1 Inch is, zoals bekend, 25,4 millimeter. Hieronder staat gemakshalve een programma  waarmee eenvoudig omgerekend kan worden van inches naar centimeters.

De lengtemaat van houtschroeven wordt als volgt gemeten:

 

                             

                              De maat tussen de lijnen geven de lengte van de schroef aan

 

 

        

Er zijn enorm veel houtdraai- en houtbewerkingboeken te vinden in het Engels. Daarbij lopen we steeds weer tegen de maatvoering in Inches aan. Hoewel de Britten en de Aussies inmiddels geacht worden ook de maten in centimeters weer te geven, hebben ze het daar nog duidelijk moeilijk mee en wordt door hen nog graag in inches gerekend. Ook in catalogi worden nog graag de inches weergegeven, hoewel dat eigenlijk niet meer mag.

Mijn jongste zoon heeft een klein programma geschreven om het omrekenen wat makkelijker te maken. Wij hopen u daarmee een plezier te doen.

Vul 1 3/8" in als 1-3/8 en klik op bereken, vervolgens krijgt u de maat in centimeters.

 

 

 

 

Steeds meer zien we elektrische gereedschappen die gevoed worden door middel van accupacks. Erg handig en vaak onvoorstelbaar krachtig. De accu’s in deze gereedschappen zijn vaak zogenaamde NicCad batterijen. Deze hebben als nadeel dat ze een zogenaamd memorie-effect vertonen. Als de batterij nog half vol is en hij wordt weer opgeladen zal deze de volgende keren ook maar half geladen kunnen worden. Zo wordt de tijd dat we met het gereedschap op één lading kunnen werken steeds korter. Vóór we gaan opladen moeten we de accu’s dus eerst volledig ontladen. Ik doe altijd een elastiek rond de trekker en laat mijn accuboor zo geheel ontladen. Het batterijpack van mijn eerste accuboormachine gaat nu al ruim 14 jaar mee en is nog steeds krachtig.

Als de NicCad batterijen toch hun kracht hebben verloren kan de volgende tip mogelijk verbetering brengen.

Leg de accu’s 24 uur in de diepvriezer. Laat ze daarna in ongeveer 12 uur weer op kamertemperatuur komen. Vervolgens de accu’s op de door de fabrikant voorgeschreven wijze laden. Vrijwel altijd hebben ze daarna weer hun oude kracht terug zonder het memorie-effect. Als het niet goed is gegaan nog eens van voren af aan beginnen.

Denk er wel aan voortaan de accu’s geheel te ontladen. Als u niet meer kunt schroeven is er nog wel genoeg ‘stroom’ in de accu’s om enkel de boorkop rond te laten draaien. Pas als de kop in het geheel niet meer draait kan het accupack weer geladen worden.

Bovenstaande tip kan meerdere malen worden herhaald en de levensduur van de accu’s kan op die manier zeker met het vijf- tot tienvoudige worden verlengd.

 

 

En nogmaals: 

Ik ben er van overtuigd dat de beschreven methoden en technieken juist en nauwkeurig zijn, maar ik kan geen enkele verantwoordelijkheid aanvaarden voor fouten of weglatingen. Het toepassen van de tips blijft ook voor eigen risico.

 

 

 

 

Heeft u vragen of wilt u reageren:

Schrijf een bericht in het gastenboek.     Bekijk hier mijn gastenboek.

                                                      

 

Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

© Wortelsoft
 
2002 t/m 2017