Motoren/Frequentieregelaar 
 Home
 Houtdraaien
 Houtdraaibank
 Beitels
 Houtsoorten
 Draaisnelheid
 Slijpen
 Gezondheid
 Staal
 Harden
 Afwerken
 Tips
 Werkplaats
 Gereedschap
 Vazen
 Schalen
 Diversen
 Links
 Schroefdraadsnijden
 Lintzaag
 Projecten
 Lijstklem
 Project-slijpen
 Draailes
 Bibliotheek
 Motoren/
frequentieregelaar

 Ertsgebergte



   

                  www.de-houtdraaier.nl

 

 

 

DE   ELEKTROMOTOR   EN   DE   FREQUENTIEREGELAAR

 

In dit hoofdstuk wil ik wat uitleg geven over elektromotoren, zoals die in een houtbewerkingswerkplaats van amateurs veel voorkomen. Daarnaast geef ik enige uitleg over het gebruik van de frequentieregelaar voor de houtdraaier. Het artikel is niet bedoeld voor de elektriciens onder ons maar voor de andere houtbewerkers die slechts af en toe iets lezen en horen over ampérage, watt, voltage en pk’s.  Mijn bedoeling is dit verhaal zo simpel mogelijk te houden maar ook dan ontkom je er niet aan af en toe wat vaktermen te gebruiken.

In het algemeen zijn er twee soorten motoren die we tegen komen in houtbewerkingsmachines voor de amateur houtbewerker. Elk met zijn eigen sterke en zwakke punten. Het is goed om wat van die sterke en zwakke punten af te weten omdat de fabrikanten niet allemaal dezelfde soort motor in hun machines bouwen. Met name bij de wat zwaardere machines, zoals, zaagtafels, schaaf- en freesmachines komen we dat fenomeen tegen. Het kan daarom belangrijk zijn de verschillen goed te kennen zodat bij de aanschaf de juiste keus  kan worden gemaakt.

Over het algemeen worden er inductie motoren gebouwd onder stationaire machines. Deze moeten soms uren achtereen draaien. (zaagtafels, schaaf- en freesmachines, lintzagen.
Universele motoren komen we tegen bij de handmachines. (Boormachine, bovenfrees, haakse slijper, schuurmachine, handschaaf enz.)

Inductiemotoren zijn langzame draaiers. Het zijn forse en zware motoren die zwaar werk aankunnen waarbij een lage snelheid en uithoudingsvermogen vereist zijn. Deze motoren zijn vrijwel onverslijtbaar en doen stil hun werk.
Universele motoren daarentegen hebben een korter leven, ze zijn kleiner en luidruchtig.
Daarnaast draaien ze met een zeer hoge snelheid en bieden veel paardenkracht per kilo motorgewicht in vergelijking met inductiemotoren. Ze zijn ook niet eenvoudig te stoppen en slaan dus niet snel af. Ze leveren veel kracht met een snelle start onder een vrij constant koppel en met variabele snelheid.

Bij de keuze van houtbewerkingsmachines is het dus belangrijk te overwegen waarvoor en hoe we zo’n machine willen gaan gebruiken. Waarbij we er aan moeten denken dat we meer mogelijkheden gaan ontdekken als we een machine eenmaal in huis hebben. Dat betekent dus dat we de machine meer en mogelijk langer zullen gaan gebruiken dan aanvankelijk voorzien.
Bij een afkortzaag gebruiken we een groot vermogen voor slechts enkele seconden. In die korte tijd is de plank immers afgezaagd. Je hebt dus een motor met een groot koppel nodig en de zaag moet direct op snelheid zijn. Hetzelfde geldt voor een bovenfrees, haakse slijper en lamellofrees. Behalve als je onderdelen voor een honderdtal deurtjes met je bovenfrees moet maken. Gebruikelijk is immers dat dit soort machines hooguit enkele  minuten draaien.

Als je met zo’n machine een mooi profiel aan een paar honderd meter hout moet frezen is dat vragen om problemen. De machine zou een paar uur aan een stuk moeten draaien en daarop is deze niet gebouwd.

Elk type motor heeft zo zijn eigen karweitjes waarvoor deze in het bijzonder geschikt is. Een motor wordt dan ook speciaal voor een bepaalde machine gebouwd. Het kan dus voorkomen dat een bepaalde soort machine door de ene fabrikant wordt uitgerust met een inductiemotor en door de andere fabrikant met een universele motor. De ene machine is dan meer geschikt voor het permanente werk terwijl de andere machine meer geschikt is voor de kort durende inzet.

 

 

INDUCTIE MOTOREN

 

Deze worden zo genoemd omdat de manier waarop deze elektriciteit verbruiken berust op het principe van inductie. Ik zal dat proberen uit te leggen.
Zodra de schakelaar wordt omgezet vloeit er spanning door de stator en deze wordt magnetisch.  De stator bestaat uit een groot aantal koperdraad windingen rond de rotor die in het midden van de motor zit en ronddraait waardoor b.v. het zaagblad wordt aangedreven. In de stator bevinden zich twee of drie polen die magnetisch worden geladen omdat er spanning door de koperdraad vloeit. Die spanning wisselt 50 keer per seconde van richting waardoor de magnetische kracht ook 50 keer per seconden wisselt van positief naar negatief en van negatief naar positief. We spreken daarom ook van wisselspanning.

De inducerende polen in de rotor worden het ene moment aangetrokken en zijn het andere moment neutraal. Er is dus een steeds wisselend effect van de elektromagnetische werking rond om de stator. De motor draait nog niet maar de rotor raakt er wel duidelijk opgewonden van. Deze bonk koper en ijzer heeft nu een zetje nodig van een ander spoel van koperdraad, dat we de startspoel noemen, die feitelijk los staat van de het hoofdspoel en zijn eigen spanning verzorging heeft. Daarvoor zorgt een condensator. In de meeste moderne machines zien we een condensator,  in serie geschakeld met de startspoel,  die zorgt voor een soort duwtje waardoor de motor gaat draaien. Zodra de motor ongeveer 85% van zijn capaciteit heeft bereikt vallen de condensator en de startspoel uit en draait de motor alleen verder op zijn hoofdspoel. 

Het was een lang verhaal om uit te leggen hoe een inductie motor aan zijn naam is gekomen.
De motor draait dus omdat de rotor wordt aangetrokken (inductie) door het magnetisme van de statorspoelen.

Inductiemotoren zijn groot en zwaar omdat het inductie proces veel zware onderdelen bevat van ijzer en koper. Een half pk motor weegt ongeveer 10 kilo een universele motor van een half pk weegt slechts een goede kilo. Inductiemotoren zijn wel erg betrouwbaar omdat ze een simpele bouw hebben, de onderdelen zijn gebouwd voor een lang leven en ze draaien betrekkelijk langzaam, waardoor ze ook niet veel, motorbeschadigende, warmte produceren.
Een goed gebouwde inductiemotor wordt niet warmer dan een graad of veertig boven de temperatuur in de ruimte waar hij functioneert. Inductie motoren zijn langzaam omdat het aantal omwentelingen per minuut afhankelijk is van het aantal polen in de stator en het aantal keren dat de spanning per seconde van richting wisselt. Standaard is dat bij ons 50 keer (50 Herz, 3000 keer per minuut) Nu is het ook duidelijk waarom een bovenfrees geen inductie motor heeft. Ten eerste zou deze niet te tillen zijn, ten tweede zou deze te langzaam draaien en ten derde zou het koppel veel te laag zijn. In de praktijk draait zo’n motor door de inwendige weerstand zelfs nog wat minder snel en zien we meestal toerentallen aangegeven van 2800 tot 2900 toeren per minuut.

Inductie motoren worden ook wel asynchroon motoren genoemd en worden ook gebouwd voor 400 volt. De startspoel en de condensator ontbreken dan.

 

UNIVERSELE MOTOREN

 

De werking van een universele motor is wat moeilijker te verklaren. De naam universele motor is gekozen wegens het gegeven dat deze motoren gebruik kunnen maken van zowel wisselstroom als gelijkstroom. Hoewel de werking sterk verschillend is ten opzichte van de inductie motor en de bouw duidelijk gecompliceerder is, zijn er toch ook wel overeenkomsten. Bij een universele motor spreken we niet van een rotor maar over een anker, terwijl we het vaste gedeelte een veld noemen. Het veld bestaat meestal uit een tweetal wikkelingen die het anker omsluiten. Op de as van het anker zien we ook nog de collector, een verzameling smalle strookjes koper, die de spanning verzorgen naar de diverse windingen waaruit het anker is opgebouwd. De collector is meestal kleiner in doorsnede dan de rest van het anker. Elk strookje koper van de collector voorziet een winding van spanning. Hoe meer er van die koperen strookjes in de collector zitten hoe meer windingen het anker heeft en hoe rustiger en gelijkmatiger de motor loopt. In feite kunnen we daar ook al de kwaliteit van de motor aan af lezen. Een betrouwbare fabrikant zal ankers maken met een groot aantal wikkelingen. Via koolborstels wordt de spanning overgebracht op de collector. De koolborstels zitten meestal in een messing houdertje en worden door kleine veertjes op de collector gedrukt.

De motor werkt als volgt: De plusleiding uit het net is verbonden met het veld via het veld is er een verbinding met de koolborstel die de stroom weer via een strookje koper in de collector aan een wikkeling verder leidt en zo ook weer terug naar de nul leiding. Elk van de koperen strookjes in de collector zorgt er voor dat de polariteit wisselt en daardoor wisselt ook de polariteit van het magnetisme in het anker. De magnetische krachten in het anker reageren met de magnetische krachten in het veld en daardoor ontstaat er rotatie en draait de motor.
Een universele motor draait met een zeer grote snelheid, tot wel tien keer de snelheid van een inductiemotor. Deze snelheid produceert een forse herrie, die ook nog eens wordt versterkt door de flinke ventilator die op de ankeras is bevestigd.

Door de hoge snelheid waarmee deze motoren functioneren worden ze gevoeliger voor slijtage. De enorme luchtverplaatsing die de ventilator produceert en nodig is om de grote warmte, die deze motor ook nog eens ontwikkelt, af te voeren, zorgt er daarnaast voor dat er veel stof e.d. mee de motor wordt ingezogen. Hierdoor ontstaat extra slijtage aan de collector en de  koolborstels, terwijl de wikkelingen constant min of meer worden gezandstraald.
Het is duidelijk dat deze negatieve invloeden rechtstreeks de levensduur van deze motoren verkort.

Het gebruik van machines met universele motoren vergt daarom een regelmatig onderhoud. Bij normaal gebruik zou het goed zijn het motorhuis eens per drie maanden met een compressor schoon te blazen. Ventilatorhuis, de ruimte tussen velden, anker en vooral ook de collector en omgeving moeten pijnlijk schoon worden gehouden.
Als we in steen hebben geboord met de boormachine of steen hebben geslepen met de haakse slijper, moeten we aan het eind van de werkdag deze gereedschappen zeer zorgvuldig uitblazen. Het zal de levensduur van deze machines aanmerkelijk verlengen.

We leggen een machine pas weg als de motor volledig stilstaat. Doen we dat niet dan wordt b.v zand en gruis door de ventilator het motorhuis ingetrokken met alle kwalijke gevolgen van dien! Slijtage die door verkeerd gebruik wordt veroorzaakt levert problemen op bij een garantieclaim.

Bij universele motoren kan, met een vermogensdimmer, de snelheid eenvoudig geregeld worden. Dat gaat meestal wel ten koste van het koppel. 

Het voorgaande kan ons helpen bij de keuze van een nieuwe machine. We moeten dus als eerste overwegen wat we van onze nieuwe machine verwachten. Daarbij moeten we er rekening mee houden dat het bezit van een machine meer inzicht gaat geven in de mogelijkheden en we een machine dus, over het algemeen, meer gaan gebruiken dan we aanvankelijk gedacht hadden. Als dat betekent dat we b.v. een zaagmachine veel en langdurig willen gebruiken, moeten we kiezen voor een machine met een inductiemotor.
Een zaagmachine met een universele motor maakt immers onmogelijk veel herrie en is eigenlijk niet geschikt om langdurig te draaien. Toch zien we fabrikanten steeds vaker  universele motoren bouwen op zaagmachines, de bouw is immers compacter, terwijl ook het gewicht aanzienlijk lager is, dan bij de bouw met een universele motor. In het begin schreef ik immers al dat de universele motoren meer vermogen per kilogewicht leveren dan inductiemotoren.

Nu we het over vermogen hebben is het goed dat fenomeen ook onder de loep te nemen. Er bestaat veel verwarring over vermogen, paardenkrachten, wattage, ampères en afgegeven vermogen. Allemaal uitdrukkingen die iets over de kracht kunnen zeggen die uit een machine komt. Helaas worden deze uitdrukkingen veelal door elkaar gebruikt en is het gebruik niet altijd eenduidig.
Aan de aanduiding Ps, Hp, of paardenkracht op een elektromotor hebben we vaak niet zoveel.

Het wordt door fabrikanten namelijk op heel veel verschillende manieren gemeten en gebruikt. Misschien zult u denken: ‘ maar 746 watt staat toch voor 1 pk’? Dat is dan op zich geheel juist, maar staat die pk hier voor het opgenomen vermogen of voor het afgegeven vermogen? Als we weten dat de efficiëntie van elektromotoren ergens tussen de 50 en 90% kan liggen, zien we dat er een enorm verschil kan zijn. Daarnaast zijn er nog heel veel andere manieren waarop de paardenkrachten door fabrikanten worden gemeten. Het gaat te ver die hier allemaal aan te geven en uit te leggen.
Op de motoren van goede fabrikanten zal zijn aangegeven wat het gemiddelde opgenomen vermogen is en wat het gemiddelde afgegeven vermogen. Of er staat op wat het efficiëntie percentage is. Het wordt op het typeplaatje soms aangegeven met de griekse letter Eta, ‘η’, ofwel E.

Als we de keus hebben doen we er goed aan dus een motor te kiezen met een zo groot mogelijke efficiëntie.

Ook bij machines voor de veeleisende amateur zien we steeds meer dat deze soms al zijn uitgerust met een krachtstroom motor. Een motor die dus 400 volt gebruikt. Vanwege hun eenvoudige bouw worden hier zogenaamde asynchroon motoren het meest gebruikt. Deze motoren zijn uitermate geschikt voor houtbewerkingsmachines en ook op onze houtdraaibanken zien we ze steeds meer gemonteerd. De sterke, bijna onderhoudsvrije motoren hebben wel een hoge aanloopstroom nodig bij het inschakelen. Dat kan soms problemen  opleveren voor het net in een woning. Daarom worden deze motoren vaak in twee trappen ingeschakeld door middel van een zogenaamde ster-driehoekschakeling.  Hiermee wordt de aanloop van de motor verzorgt door 230 volt op elke wikkeling, (dat is ongeveer 1/3 van volle prestatie) zodra de motor dan op toeren is, wordt er doorgeschakeld naar driehoek schakeling. Op dat moment krijgt elke wikkeling 400 volt en draait de motor op volvermogen. 

Als we in onze woning dergelijke zware krachtstroommotoren laten draaien is het veelal zinvol in onze zekeringkast zogenaamde trage zekeringen te schroeven. Deze kunnen een korte piekbelasting van het net beter opvangen en zullen niet zo snel ‘er uit vliegen’ 

Hierboven gaf ik aan dat deze motoren vrijwel onderhoudsvrij zijn. Dat is ook zo, maar we dienen motoren altijd vrij te houden van houtkrullen en stof, dus regelmatig afstoffen of beter nog met perslucht schoonblazen, moet een vanzelfsprekende gewoonte zijn. Als we dat niet doen kan de motor zijn warmte niet kwijt en dat levert onherroepelijk problemen op.

 

FREQUENTIEREGELING VOOR DE HOUTDRAAIBANK

 

Houtdraaibanken zijn meestal uitgerust met een toerenregeling die door middel van het verstellen van de riemschijf tot stand komt. Drie tot zes poelietrappen op motor en draaias zijn gebruikelijk en soms zien we een soort variomatic, zoals het pientere pookje van Daf.
Hiermee kunnen de poliedoorsneden bijna traploos groter en kleiner gemaakt worden. Een goed maar enigszins kwetsbaar systeem dat met beleid gehanteerd moet worden. Belangrijk is dat er steeds bij aan- en uitschakelen volledig op- en teruggeschakeld moet worden.
 

Veel houtdraaiers zullen met een aantal poelies of een variomatic dik tevreden zijn. Naar mate men meer ervaring krijgt met het houtdraaien, zal echter vaak blijken dat een meer geavanceerd systeem van snelheidsregeling, wel heel erg prettig zou zijn. 

Als we grote zware onregelmatig gevormde stukken opspannen om te draaien, hebben we vaak een heel laag toerental nodig, dat met de poelies en de variomatic niet bereikt kan worden. Als we zo’n stuk met een te hoge snelheid gaan draaien staat de hele draaibank te dansen of trilt het werkstuk dusdanig dat we het niet behoorlijk kunnen afdraaien.

Een groot werkstuk kan zichzelf losrukken van zijn bevestiging, doordat de motor met een schok vrij hard gaat draaien. Ook voor b.v. het draadsnijden met strelers hebben we zeer lage snelheden nodig, die vaak niet voorhanden zijn.
Ten slotte is het  wisselen van poelie omslachtig en kost veel tijd, terwijl het bij sommige machines ook nog eens een behoorlijk gepruts is. 

Bij hen die veel draaien komt dus heel vaak de wens naar boven, de draaibank uit te rusten met een elektronische toerenregeling. Deze manier van toerenregelen is bijzonder comfortabel en heeft erg veel voordelen.
We kunnen dergelijke elektronica zo instellen dat de draaibank langzaam op gang komt en gecontroleerd doch vlot afremt.

De piekbelasing voor het net wordt aanmerkelijk kleiner. We kunnen met zeer lage snelheid draaien en we zijn in staat de draaisnelheid zo aan te passen dat we met de hoogst mogelijke snelheid draaien zonder dat er een hinderlijke resonantie optreedt.  

Op zich is het plaatsen van een frequentieregelaar niet bepaald moeilijk. De elektronica wordt eenvoudig tussen de motor en het net aangesloten. Toch is er in de praktijk een redelijke kennis van zaken nodig, omdat er ook veel fouten gemaakt kunnen  worden bij de installatie. Daarom wil ik een globale uitleg geven over de keuze en het gebruik van een frequentieregelaar. Ik beoog daarbij niet 100% volledig te zijn en wil er nadrukkelijk op wijzen dat het installeren en inregelen van een frequentieregeling een degelijke kennis van zaken vereist en dus aan een vakman overgelaten moet worden. In het apparaat worden zeer hoge spanningen gegenereerd die bij aanraking dodelijk kunnen zijn en zelfs nog gevaar kunnen opleveren nadat de netspanning al van het systeem werd gehaald!

Nadrukkelijk wil ik er ook op wijzen dat draaibank, schakelkast en alle andere metalen delen zeer zorgvuldig geaard moeten worden omdat we bij b.v. het draaien van nat hout een erg vochtige omgeving creëren.

In het begin heb ik enige uitleg gegeven over inductiemotoren voor 230 volt en verderop over die voor 400 volt. Deze asynchroon motoren zijn bijna altijd geschikt voor de samenwerking met een frequentieregelaar. Vaak moet er worden gekozen voor een motor die 230 volt vraagt omdat er geen krachtstroom in de woning voorhanden is. Dat is op zich jammer want een motor op 400 volt loopt prettiger en is krachtiger. Als we voor een frequentieregeling kiezen doet het probleem van het gemis aan krachtstroom zich niet meer voor. We kunnen een krachtstroommotor met behulp van een frequentieregelaar uitstekend op 230 volt laten functioneren. Veelal is het mogelijk dat we de ingangsspanning en de uitgaande spanning bij  de frequentieregelaar kunnen instellen. 

Ruwweg functioneert de frequentieregelaar als volgt:
De regelaar zet de inkomende netspanning (wisselstroom met een frequentie van 50 Herz) om in een gelijkstroom. Deze gelijkspanning wordt daarna door het apparaat weer omgezet in een wisselstroom, maar nu met een frequentie die ingesteld kan worden. Deze spanning kunnen we bij de uitgang van de frequentieregelaar afnemen en kan gebruikt worden om de snelheid van onze draaibankmotor te regelen.

Daarnaast zorgt de regelaar er voor dat het koppel en de snelheid ongeveer gelijk blijft en laat deze de motor mooi langzaam aanlopen en wordt er gecontroleerd afgeremd. 

Er zijn ruwweg drie soorten van regelaars  te noemen.

1e de regelaar waar één fase in gaat en één fase uit komt. Deze regelaar komen we niet veel tegen. En is daardoor ook duur.

2e de regelaar waar één fase in gaat drie fasen uit komen. Deze regelaar wordt zeer veel gebruikt en is uitermate geschikt voor onze draaibank. Een dergelijke regelaar is ook het gunstigst qua prijs.

3e de regelaar waar drie fasen in gaan en ook weer drie fasen uitkomen. Deze regelaar is gemaakt voor het zwaardere werk en over het algemeen aanzienlijk duurder dan de 2e.

 

De onder 2 genoemde regelaar heeft als bijkomend voordeel dat we geen 400 volt nodig hebben in onze werkplaats voor de houtdraaibank, terwijl we toch met een sterke drie fasen motor kunnen werken.
Als we een frequentieregelaar bestellen doen we er goed aan deze ruim te bemeten. Een toeslag van ongeveer 50% wordt vaak aangeraden. Dus als we een motor hebben van 750 watt (1 pk), kiezen we een regelaar bestemd voor 1100 watt (1,5 pk).
 

Om te weten of de motor die we bezitten kunnen voorzien van een frequentieregelaar moeten we het typeplaatje bestuderen. Indien er sprake is van een één fase (230 volt) motor, kunnen we maar beter ook direct een andere motor monteren. We kiezen dan voor een 230/400 volt motor waar we onze regelaar nummer 2 voor laten instaleren. Dat is veruit de beste en vooral ook goedkoopste oplossing.
Bezitten we een 3 fasen 230 volt motor, dan kan daar dezelfde regelaar voor geïnstalleerd worden. Deze motor dient dan wel in driehoek geschakeld te worden maar uw installateur weet dat natuurlijk ook wel. Dat in dat geval de condensator komt te vervallen hoef je hem ook niet te vertellen.

Tenslotte kan op het plaatje staan dat er sprake is van een 400 volt motor. (Dus geen 230/400 volt) Voor die motor moeten we exemplaar drie kiezen. U beschikt immers al over krachtstroom en dan is dat verder ook geen probleem. U heeft dan een zeer sterke combinatie! 

In sommige frequentieregelaars is een zogenaamde remweerstand ingebouwd. Soms kunnen we die weerstanden ook los bijkopen. Wat moeten we daarmee?
Als we de draaibank stoppen zal deze door het vliegwieleffect, dat o.a. het zware werkstuk nog voortbrengt, de motor als generator laten werken. Er wordt dus spanning opgewekt die de motor dan doorgeeft aan de regelaar. Boven een bepaalde omvang kan de regelaar die niet meer verwerken en ontstaat er een probleem voor de elektronica.

Als we dus regelmatig zeer grote werkstukken op onze draaibank bewerken, kan deze grote massa nog voor veel opgewekte spanning zorgen. De regelaar kan die spanning niet meer kwijt en gaat het loodje leggen. Door nu zogenaamde remweerstanden te instaleren wordt die spanning omgezet in warmte en beschermen we onze dure apparatuur. Een moderne frequentieregelaar is veelal voorzien van een beveiliging die het apparaat uitschakelt als deze teveel spanning terug ontvangt. We zullen dan op het display een foutmelding te zien krijgen. Als dat gebeurt weten we dat we alsnog een remweerstand moeten laten instaleren. 

Het kan voorkomen dat frequentieregelaars allerlei storingen veroorzaken op het net. Vooral de grotere exemplaren kunnen dan behoorlijk overlast veroorzaken aan b.v. computers en audioapparatuur. We kunnen dat voorkomen door een zogenaamd netfilter te laten instaleren. Het is zelfs verplicht, maar slechts weinig particulieren doen dat, tenzij men zelf met de problemen te maken krijgt. Daarnaast kan het soms voorkomen dat de aardlekschakelaar bij het gebruik van de frequentieregelaar er regelmatig uitvliegt. Een zwaardere aardlekschakelaar is dan de oplossing. De schakelwaarde verhogen van 30MA naar 200MA is dan de noodzakelijk. Overigens is in moderne regelaars vaak al een netfilter ingebouwd.

De meeste motoren zijn gebouwd om te draaien met een bepaalde snelheid. De koelvin die veelal op de as is gebouwd zorgt er voor dat de bedrijfswarmte van de motor binnen bepaalde grenzen blijft.  Bij de constructie van die motor werd er geen rekening meegehouden dat wij onze motor met de frequentieregelaar ook aanzienlijk langzamer kunnen laten draaien. Daardoor draait ook de ventilator veel langzamer dan voorzien en kan het dus voorkomen dat de motor te warm wordt. Er zijn motoren die een elektrisch werkende ventilator hebben, die dus onafhankelijk van het toerental functioneert. Als we die niet op onze draaibank hebben moeten we bij lage toerentallen regelmatig controleren of de motor niet te heet wordt. Veertig graden boven de omgevingstemperatuur is ongeveer normaal.
Zonodig moeten we dus voor een extra ventilatie van onze motor zorgen
 

De regelaars zijn voorzien van een kleine computer en de vakman kan de regelaar geheel naar behoefte afstellen.

Als je eenmaal met een frequentieregelaar op je draaibank hebt gewerkt kan je niet begrijpen dat je ooit zonder zo’n stuk vernuft hebt gewerkt. Het vergroot de mogelijkheden voor de houtdraaier enorm.

 

Tenslotte nog een belangrijke opmerking.

Als het goed is heeft uw elektrische installatie één of meer aardlekschakelaars. Voordat u een frequentieregelaar aanschaft doet u er goed aan te kijken hoe 'zwaar' die aardlekschakelaar is. In de meeste huisinstallaties zitten aardlekschakelaars die bij 0.03 ampère schakelen. (dertig milliampère) Een frequentieregelaar kan daar niet mee omgaan en daarbij dient de aardlekschakelaar minimaal 200 milliampère 'zwaar' te zijn. Een aardlekschakelaar kost ongeveer € 200,00 exclusief installatie. Wel iets om rekening mee te houden bij de aanschaf van een frequentieregelaar!

Komt u regelmatig in Belgie? Koop dan daar de aardlekschakelaar. Ze zijn er aanmerkelijk goedkoper en van het zelfde merk en type.

 

 

Heeft u vragen of wilt u reageren:

Schrijf een bericht in het gastenboek.     Bekijk hier mijn gastenboek.


                                                       

 

Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

© Wortelsoft
 
2002 t/m 2017