Ertsgebergte 
 Home
 Houtdraaien
 Houtdraaibank
 Beitels
 Houtsoorten
 Draaisnelheid
 Slijpen
 Gezondheid
 Staal
 Harden
 Afwerken
 Tips
 Werkplaats
 Gereedschap
 Vazen
 Schalen
 Diversen
 Links
 Schroefdraadsnijden
 Lintzaag
 Projecten
 Lijstklem
 Project-slijpen
 Draailes
 Bibliotheek
 Motoren/
frequentieregelaar

 Ertsgebergte



   
 

                               Door op de foto's te klicken kunnen deze vergroot worden.

                                                                

 

Het “Mekka” voor de houtdraaiers bevindt zich in het voormalige Oost Duitsland. Aan de Tsjechische grens in de deelstaat  Sachsen ligt een fraai middelgebergte. Hier in het Ertsgebergte, liggen plaatsjes als Olbernhau, Mariënberg en Seiffen waar het houtdraaien een belangrijk deel van de plaatselijke economie vormt.

We komen daar nauwelijks of niet het houtdraaien tegen dat we veel bij amateurs zien, laat ik het ‘potjes’ draaien noemen maar wel heel veel het draaien van menselijke- en dierenfiguren.

Na het kunstig draaien worden de werkstukken, veelal met de hand, in kleuren beschilderd. Oorspronkelijk veelal bedoeld als kinderspeelgoed nu veel meer verzamelobjecten voor liefhebbers. Als kinderspeelgoed is het ook eigenlijk te mooi en te kostbaar. Door de enorme hoeveelheid handwerk die er in de voorwerpen steekt, moeten er tamelijk forse prijzen voor de voorwerpen worden betaald. Gaan we ze echter goed bekijken dan kunnen we vaststellen dat de prijzen eigenlijk alleszins redelijk zijn.

 

Bovenstaande foto laat wat van het werk van de Houtdraaikunstenaar Björn Köhler zien deze ontwerper/houtdraaier  weet weet met eenvoud prachtige figuren tot leven te brengen.    www.erzgebirgskunst-drechsel.de/hersteller/bjoern_koehler.html

 

Het Ertsgebergte ligt op zo’n 750 kilometer van Utrecht en staat bekent om zijn natuurschoon, het houtdraaiwerk, zilverwerk en kristal. Busladingen met mensen worden er in het zomerseizoen maar ook in het winterseizoen, met name rond de kerstdagen, naar toegebracht.

Rond de kerstdagen is het landschap een sprookje, met de door kaarsen verlichte ramen en kan er ook geskied worden.

 

Bij mij stond het al langer op het verlanglijstje de streek eens te bezoeken en dan met name de houtdraaiers, de fabrikant van gietijzeren draaibanken en de laatste gereedschapssmid die nog op ambachtelijke wijze draaibeitels maakt. Deze beitels zijn van ongekende kwaliteit en het is voor een liefhebber, een voorrecht hem bij het werk over de schouder te mogen zien.

 

Dat laatste is iets dat sowieso erg opvalt. Je mag bij iedereen over de schouder meekijken en foto’s maken.  Smid, houtdraaiers, fabrikant van draaibanken, allen nemen ze de tijd om je uitleg te geven en je van tips te voorzien. De gastvrijheid in het Ertsgebergte is hartverwarmend  en bijna niet meer van deze tijd. Enig nadeel: het dialect dat er gesproken wordt zal voor menigeen een probleem vormen. Met enkel wat schoolduits wordt er veel gevraagd van de handen en de voeten. Een groot voordeel zijn echter dan weer de prijzen. Het is er duidelijk aanzienlijk goedkoper dan in het westelijk deel van Duitsland. Hotels, pensions en restaurants vragen zeer redelijke prijzen en een eenvoudige, maar goede plaatselijk gebruikelijke middagmaaltijd is er, buiten het seizoen, al voor 8 euro.

Je hebt dan de buik aangenaam vol!

 

Wat is er voor houtdraaiers zoal te zien?

 

In het openluchtmuseum te Seiffen, kunnen we een professionele houtdraaier aan het werk zien aan een wateraangedreven draaibank bij het Reifendrehen, een in Nederland geheel onbekende techniek.

 

                                                             

                       Zicht op delen van het openluchtmuseum te Seiffen met de houtdraaimolen en de voorraadvijver.

 

In Seiffen is ook het speelgoedmuseum. Eigenlijk laat het museum het houtdraaien door de eeuwen heen zien. Bij een gastvrije draaier in Olbernhau kan het enkel daar gebruikelijke linksdraaien bekeken worden. Eveneens in Olbernhau kan je getuige zijn van de geboorte van een houtdraaibeitel uit een ruw stuk HSS. Terwijl bij Steinert in Olbernhau o.a. de zelf ontworpen  gietijzeren houtdraaibanken bewonderd kunnen worden. Daarnaast verkoopt Steinert onder andere de in de streek gemaakte draaibeitels en zeer veel benodigheden voor het houtdraaien, het uitgebreide advies en de gastvrijheid zijn gratis!

Verder in dit artikel ga ik uitgebreid  in op het bovenstaande.

 

Voor niet houtdraaiers is er in genoemde plaatsen, maar vooral ook in b.v. Dresden een keur aan bijzonderheden te bekijken. Daar ga ik verder niet op in omdat dit geen reisgids is maar een houtdraaipagina.

 

Samen met mijn vrouw bezochten we in het voorjaar van 2007 Olbernhau. Normaal kan er daar in mei nog volop sneeuw liggen maar dat jaar was er in april al sprake van een heuse hittegolf, hoewel de autoruiten ’s morgens waren dichtgevroren. Dus winterbanden en de sneeuwkettingen waren nu niet nodig, maar behoren wel tot en met mei tot de vaste uitrusting van een auto.

 

In het Ertsgebergte werken  nog honderden mensen die met ambachtelijk houtdraaien hun boterham verdienen. Ik denk dat er nergens ter wereld nog zo’n gebied te vinden is waar zoveel mensen aan de draaibank staan. Opvallend is dat ik geen automaten zag staan wel half automatische draaibanken waarin de houtdraaier het werkstuk opspant en er in één beweging meerdere handelingen gedaan worden. B.v. een rok aan de buitenzijde ruw afdraaien en tegelijkertijd van binnen uithollen.

                                         Kleine halfautomaat zoals die in veel werkplaatsen te zien is.

 

Daarna wordt dat onderdeel op de klassieke wijze met draaibeitel door de draaier netjes gladgesneden. Op deze wijze valt er toch een flinke productie te maken. Die halfautomaten zien er uit als een klassieke houtdraaibank. Het hout wordt vliegend opgespannen en aan de losse kop zijn een aantal beitels bevestigd die door de draaier in één beweging in en over het hout worden gedreven.

Veelal zijn die halfautomaten al vele tientallen jaren in het bezit van dezelfde familie en werd die b.v. door opa gemaakt en nu door de kleinzoon nog dagelijks benut.

 

                                                                          

1) De linksdraaibank van opzij met zicht op de vaste kop en zitplaats.   2)De voorkant van de linksdraaibank    3) Tenslotte vanaf de zitplaats gezien.

 

Bij de houtdraaierij van Heiner Stephani, Grünthalerstraße 154a Olbernhau, www.drechslerei-stephani.de  worden we meer dan hartelijk ontvangen als we daar zo maar binnen vallen. De heer Stephani toont ons de technieken aan de linksdraaibank. Aan deze draaibank wordt zittend gewerkt. Het blijkt een goed doordacht en logisch concept te zijn voor het vliegend draaien. Zoals overal in deze streek wordt ook hier het werkstuk op de meenemer geslagen. Het typische ‘Heurekafutter’ kennen we in Nederland nauwelijks maar wordt hier overal gebruikt en er valt uitstekend en vooral snel, mee te werken.

                          Heuraka opslag meenemer, kan op een M33 as worden vastgezet. Leverbaar door www.drechselzentrum.de

Op de foto is duidelijk te zien hoe die meenemer er uitziet en te begrijpen hoe het werkt. Het is een techniek die bij onze moderne draaibank eigenlijk niet goed toe te passen is omdat wij rollagers  gebruiken op de aandrijfas en die zouden het keer op keer opslaan van het werkstuk op de meenemer niet lang overleven.

Voor het opslaan van het hout wordt overal een vuistje gehanteerd en bij het reiffendrehen zelfs een fors exemplaar. Dat vergt dus veel van de lagers, tenzij  die van ongelooflijke eenvoud zijn.

De eeuwenoude linksdraaibank van dhr. Stephani werkt met glijlagers bekleed met een  stuk bladlood. Een zeer eenvoudig maar uitstekend werkend concept. Als het lood versleten is wordt er gewoon een nieuw stuk ingelegd wat speciaal vet er bij en de machine kan weer snorren als een kat achter de kachel. Deze lagers met lood worden voortdurend rijkelijk voorzien van olie en kwamen we ook later tegen bij het ‘Reiffendrehen’.

                                                                      Het gereedschap van de linksdraaier.

De draaier zit dus achter zijn draaibank en kan met zijn linkerhand heel eenvoudig het werkstuk geleiden tijdens het draaien, daarbij zit er totaal niets in de weg en de linker arm kan zelfs rusten op het bed.  Het werkt geniaal eenvoudig en daardoor is er zeer snel en zuiver te werken. Op de linksdraaibank werden met name hele kleine voorwerpen gedraaid, onderdelen voor speelgoed e.d. maar vooral ook de bekende  ‘krulboompjes’ die gemaakt worden met een speciale beitel. Een vers stukje linde wordt eerst in een beetje water gestopt, met de zijde die op de meenemer wordt geslagen. Door het weer drogen van het hout tijdens het draaien komt het werkstuk nog vaster op de meenemer te zitten. Daarna wordt met een tapse handschaaf (een soort grote puntenslijper) het werkstuk taps gedraaid. Vervolgens worden de krullen met een speciale beitel in het werkstuk gesneden/gedreven.

Het hele proces vergt deze specialist minder dan een minuut, dan is zijn boompje klaar en is de volgende aan de beurt.

Ook het snijdend draaien van zeer kleine draaistukjes met de draaibeitel gaat heel erg fijn en snel. Er wordt hier graag gewerkt met de draaibeitels die, in de streek worden gemaakt en zo typisch breed uitlopen. In alle lengtes en breedtes zijn deze hier bij de draaiers te vinden en ze werken ongelooflijk plezierig.  Als wij aan onze draaibank een klein werkstuk met de linker hand willen steunen moeten we over het ashuis heen reiken en staan we eigenlijk in een erg ongemakkelijke en onnatuurlijke houding. De linksdraaibank blijkt dus een ergonomisch verantwoorde uitvinding waarbij je nog prima zittend je werk kunt doen op de koop toe.

 

Na deze demonstratie kregen wij het werken met de halfautomaat te zien. Ook hier wordt het ruwe hout weer ten dele nat gemaakt en op de meenemer geslagen. Dan met de voordraaiguts rond gemaakt en vervolgens wordt het messenstel in één beweging in en om het werkstuk gedreven en is dat binnen een enkele seconde klaar. Hierna draait de draaier het werkstuk  snijdenderwijs volkomen glad met de platte draaibeitel.  Schuurpapier kennen ze hier wel maar het wordt nauwelijks gebruikt.

 

De heer Stephani liet tenslotte op een normale draaibank het werken met de Duitse guts zien. Een Duitse guts wordt niet aan de bolle buitenzijde geslepen maar aan de holle binnenkant. Aan de buiten kant komt slechts een heel kleine vouw van hooguit een halve tot één millimeter.

                                                                                 

1) Dhr. Heiner Stephani aan het werk met de Duitse Guts, de leunspaan staat parallel aan het werkstuk en zorgt voor de hefboomkracht.

2) Met de hand de diepte controleren.  3)  De Duitse guts, let vooral op de wijze waarop deze aan de binnenzijde is geslepen.

                             

Deze guts wordt gebruikt om secondensnel b.v. een eierdop uit kopshout te draaien. Ook knopen worden er mee gemaakt, terwijl de beitel ook prima werkt om b.v. de binnen zijde van een doosje glad te draaien. Voornamelijk wordt de Duitseguts dus voor het uithollen van kleine werkstukken in kopshout gebruikt. Het ruwe hout wordt weer even natgemaakt, op de meenemer geslagen en met de voordraaiguts rond gemaakt. Met een metaalboor  (10 mm) waaraan een handvat is gemaakt wordt een gat in het werkstuk geboord tot aan de toekomstige bodem van de eierdop. Daarna komt de Duitseguts in actie. De guts rust op de leunspaan (die parallel aan het werkstuk staat) en met de rug op het hout ter hoogte van het voorgeboorde gat op ongeveer negen à tien uur. Met een zwaai van het handvat draait de beitelpunt daarna naar 1 à 2 uur en snijdt daarbij erg snel een hoop hout uit de eierdop in wording. Na drie tot vier maal deze beweging te hebben gemaakt is de eierdop diep genoeg en mooi glad. Nu kan de buitenzijde met de draaibeitel in vorm worden afgedraaid. De draaiers hier werken weinig met gutsen, overal wordt de draaibeitel voor ingezet en dat geeft een dusdanig resultaat dat ook hier het schuurpapier achterwege kan blijven. Ik heb de tijd niet opgenomen maar ik schat dat het maken van een eierdop minder dan een minuut heeft gekost in deze vaardige handen.

Het is een plezier om deze gedreven vakman aan het werk te zien. Hij heeft het vak geleerd van meesterdraaier Steinert de vader van Dhr. Ir.  Rolf Steinert (eveneens ‘Meisterdrechsler’) die nu in de voormalige houtdraaiwerkplaats van zijn vader zijn winkel in draaibanken en houtdraaibenodigheden drijft.

Dhr. Stefani geeft regelmatig zogenaamde “Schnupperdrechselkurse für Anfänger”, ‘snuffelles voor beginners’ Als het draaien daarna blijkt te bevallen kunnen er afspraken gemaakt worden voor vervolgcursussen. Reken er maar op dat je na de snuffelcursus gepakt wordt door het houtdraaien en door wilt gaan!

                                                              Enige figuren uit de werkplaats van Stephani

 

Ik zag in zijn werkplaats bij de links draaibank ook nog een aardig unicum een metaal boor waarvan de spoed precies andersom in het metaal was gefreesd. Zo werden vroeger aan deze bank ook de eierbekers met de Duitse  guts gedraaid.

 

Rolf Steinert was de volgende halte die we bezochten. De winkel ligt aan het andere eind van het plaatsje Olbernhau in de richting Sayda aan de Heuweg 3,  www.drechselzentrum.de

Ook hier ondervonden we weer dezelfde gastvrijheid zoals we die overal meemaken in deze omgeving. Dhr Steinert is een autoriteit op het gebied van het houtdraaien, een meester houtdraaier die daarnaast als werktuigbouwkundig ingenieur diverse draaibanken en hulpmiddelen heeft ontworpen en laat vervaardigen. Alles in degelijk gietijzer dat in een naburig stadje wordt gegoten. De afwerking en het samenbouwen van de banken gebeurt in Olbernhau en de draaibanken van Steinert kunnen geheel naar de wens van de klant worden aangepast. Rolf Steinert is ook auteur van een aantal houtdraaiboeken. Deze boeken werden nog onder het vroegere Oost-Duitse regiem uitgegeven en moesten daardoor worden aangepast aan de wensen van de toenmalige heilstaat.  Steinert stond niet bepaald bekent als  supporter van het communistische regiem maar moest ook zijn kost blijven verdienen en zich aanpassen. Keer op keer werd zijn zaak echter gekortwiekt, maar hij heeft het overleeft.

Rolf Steinert schreef een waar  standaardwerk over het houtdraaien  "Drechseln in Holz", jammergenoeg is dit boek al geruime tijd uitverkocht en blijkt het ook 2e hands niet op de markt te komen. Dhr. Steinert verklaarde dat hij de drukplaten in zijn bezit heeft, maar het boek moet aangepast worden aan de huidige eisen terwijl ook het communistische gedram er uitgehaald moet worden. Hij heeft daar de moed niet meer toe en tot op heden is het hem niet gelukt een redactieteam en drukker te strikken voor dat werk.  Het Duitse taalgebied blijkt toch te klein voor al het werk, dat een heruitgave mogelijk zou moeten maken. Het is beslist jammer dat dat niet lukt, zijn boek is gewoonweg te goed om niet terug op de markt te komen!

Steinert is de alleenvertegenwoordiger van de Gläser draaibeitels die smid Herbert Gläser uit staven HSS smeedt. Gläser heeft zijn smederij aan de zuidelijke rand van het dorp richting Seiffen. http://www.drechselzentrum.de/handschmied.html  

 

                                                                     

                 Smederij "Neuhammer' waarin dhr. Gläser zijn kwaliteits draaibeitels nog met de hand vervaardigt

          

Net voor de brug en de spoorlijn ligt in een klein dal de Neu Hammer een aantrekkelijk gebouwde smederij naar het voorbeeld van de Alt Hammer dat aan de andere kant van de weg, ook beslist een bezoek waard is.

                                                   Museumterrein Althammer

 

 Je kunt je daar verbazen over de kracht van een smal stroompje dat gebruikt wordt om immense hamers te laten bewegen.

                                             

1  en 2) De grote massief eiken as die de forse hamers aandrijft waarmee het koper gedreven wordt, een klein stroompje zet het waterrad in beweging en zorgt voor dat enorme geweld.

3) De hamer wordt in werking gesteld, het gehele gebouw staat te trillen.

4) Het water drijft ook de blaasbalg aan voor het smidsvuur. Bij koper werkt warmte en afkoelen precies andersom dan bij staal. Door het te verhitten wordt het hard en door het af te koelen wordt het weer zacht en is het eenvoudig  uit te drijven tot een groter formaat.

 

Terug naar de smid. Hij staat letterlijk in het zweet des aanschijns zijn brood zwaar te verdienen.

 

                                          

Het staal wordt verhit in het smidsvuur, daarna neemt de mechanische hamer een deel van het zware verdichten van het staal voor zijn rekening. Het oog van de smid en de enorme ervaring zorgen dat hier kwaliteit geleverd gaat worden.

 

 

                                           

'Knochenarbeit', werk waarvan je kapot gaat, noemen ze dat in Duitsland, het werk aan de mechanische hamer is beslist ook enorm zwaar en daarnaast wordt 'gewoon' met een  zware vuisthamer het stuk staal in de juiste vorm geklopt om er een mooie strakke beitel van te smeden.  Keer op keer gaat het stuk staal in het vuur om het zacht te houden zodat het goed vervormd kan worden. Het werk wordt gedaan in het half duister zodat de smid de kleur van het gloeiende staal goed kan beoordelen en zo weet hij exact de temperatuur van het staal in te schatten.

                                                                                           

                                      Deze hoeveelheid handgereedschap hangt er niet voor de sier, alles wordt nog ingezet.

 

Een draaibeitel kost een hoop geld maar als je ziet hoeveel werk dhr. Gläser in zijn beitels moet stoppen, is een beitel een koopje, al helemaal als je hoort wat het uitgangsmateriaal al kost.

Gläser gebruikt een bijzondere soort HSS staal X90W Mo6,5., Het heeft een hoger gehalte aan Wolfraam en Molybdeen dan M2 HSS dat de meeste draaibeitelfabrikanten gebruiken voor de vervaardiging van hun beitels. Dat betekent dat beitels uit dit materiaal nog harder en taaier zijn en daarnaast ook roestvaster. De manier van smeden, waarbij dhr Gläser het materiaal langdurig en zorgvuldig door hameren verdicht, geeft een beitel van ongekende kwaliteit, werkelijk het neusje van de zalm. Het is jammer dat één man maar zo weinig van deze ongelooflijke kwaliteit kan maken. Gläser wil echter niet uitbreiden, het zou ook niet meevallen mensen te vinden die zo bedreven dit zware vak zouden willen uitvoeren met dezelfde kwaliteitseisen.

 

Gläser maakt ook nog de speciale draaigereedschappen voor het ‘Reiffendrehen’ deze beitels zijn eveneens  bij Rolf Steinert te bekijken en te koop.

       

                                                                            

    Dit fraaie staaltje van siersmeedkunst hangt naast het smidsvuur in de werkplaats van dhr. Gläser. Het vakmanschap straalt er van af!

 

 

Er zijn in het Ertsgebergte nog maar zeven van deze draaiers te vinden zij vormen een eigen broederschap en bij de toetreding hebben de leden moeten beloven het vak instand te houden en er voor te zorgen dat het enkel in dit gebied wordt uitgeoefend.  Je kunt zo’n draaier dus niet uitnodigen zijn kunsten ergens anders te vertonen. Zij willen wel hun producten komen verkopen en er over vertellen maar je zult hen enkel aan het werk kunnen zien in de eigen werkplaats.

                                          

Het waterrad met daarnaast de 'versnellingsbak' daar weer naast de kast met de verschillende aandrijvingen, voor zaag, slijpsteen, dorsmachine enz.,  geheel rechts tenslotte de aandrijving van de draaibank.

Deze werkplaatsen worden bijna allemaal nog aangedreven door waterkracht. Zoals al eerder aangegeven werken zij met de inslag meenemer op een aandrijfas die gelagerd is in een glijlager van lood. De zware werkstukken worden met een forse vuisthamer op de relatief grote meenemer ( ‘Heurekafutter’ ) geslagen het stuk vurenhout (picea abies, of te wel kerstboom) is een centimeter of 25 tot 60 lang en de ruwe doorsnede is 25 tot 45 cm. Het hout moet vers geveld zijn of zo uit de voorraadvijver komen waarin het bewaard wordt. De stam wordt zo in stukken gezaagd dat de takkenkrans vervalt. Er wordt dus gewerkt met noestvrij hout.

 

                                                                

                                                 De schijven met de noesten verwarmen straks de werkplaats.

 De stukken met de takkenkrans worden buiten de werkplaats netjes op stapels gezet om te drogen en daarna gebruikt als kachelhout. Voor dit werk worden bomen uitgezocht die midden in het bos hebben gestaan op een beschutte plaats en dus totaal geen reactiehout bezitten.

De aandrijving van de draaibank wordt geregeld met lederen riemen. De snelheid wordt al draaiende geregeld door met een stuk hout tegen de riem te duwen zodat deze op een grotere of kleinere poelie schuift. De riem ligt tamelijk los op de poelie zodat deze zonodig kan slippen. Als eerste wordt het hout met de afdraaiguts gecentreerd. Daarna wordt de kopse kant met de draaibeitel glad gedraaid. Ook hier zien we weer het veelvuldig gebruik van de platte draaibeitel omdat deze een gladder resultaat levert dan een guts.

                                                         

Dhr. Hans-Günter Flath aan het werk in het openluchtmuseum achter de 'Reiffendrehbank" Achter de draaibank staat een spiegel zodat de bezoekers goed kunnen zien wat voor een kunsten hij uithaalt met de diverse beitels. Daarnaast het werkstuk dat hij onderhanden had met een klein overzicht van de beitels die hij daarbij gebruikte.

Daarna wordt er met beitels en gutsen van allerhande formaat en profiel,  een profiel in het natte hout gesneden, het water en de lange linten vliegen daarbij alle kanten op. Als het profiel tot tevredenheid is gedraaid, blijkt dat het werk al volkomen glad is. In het midden heeft de draaier het hout laten staan.

 

                                                                              

                                                    Overzicht van de vele beitels die voor één werkstuk nodig zijn.

Vooraan de bank loopt er een keper over de gehele lengte van de draaibank. Daarop legt de draaier een stevige losse lat die als leunspaan dienst doet. Deze leunspaan wordt tijdens het werk herhaaldelijk versteld zodat de beitel zo weinig mogelijk overhang heeft. Toch is er vaak sprake van een enorme overhang van het gereedschap en de beitels zijn dan ook vaak wel 80 cm lang om dat te compenseren. De draaisnelheid is laag te noemen, de snelheden liggen van 600 tot 1000 toeren per minuut.

Er wordt met scheermes scherp gereedschap gewerkt. De slijpsteen wordt net als alle andere gereedschappen via riemen door het waterrad aangedreven.

                                                                       De slijpsteen

In de werkplaats staat veelal  ook nog een cirkelzaag met een blad van 70 centimeter dat met 4000 toeren per minuut zijn werk doet. Dat gaat als een mes door de boter. Kennelijk doordat het hout zo nat is blijkt er geen sprake te zijn van aankoeken van hars en verbranding van het hout tijdens het zagen

                                            

Bij het reiffendrehen worden voornamelijk dierfiguren gedraaid. Als eerst komen kop, rug en achterwerk aan de beurt. Zodra die kant klaar is wordt de ontstane ring afgestoken. Bij warm weer legt de draaier die ring dan in het water terwijl hij de overgebleven stomp zodanig bewerkt dat er een passing ontstaat waar hij de juist afgestoken ring op kan klemmen. De ring wordt dan voorzichtig op de passing geklopt en nu worden de poten en de buik van het dier uitgewerkt. Er wordt met allerhande haakvormige beitels en gutsen uitgehold. Voor dit werk is een ongelooflijk driedimensionaal inzicht nodig.

                                                             Wat er zoal op deze draaibank werd gemaakt.

Tijdens ons bezoek was de draaier bezig met een opdracht om een twintigtal exact dezelfde ringen te draaien die een Riezensnautzer moesten gaan voorstellen. Per ring zouden er zo’n veertig hondjes gemaakt kunnen worden. De opdracht kwam uit Zwitserland. De ruwe vormen zouden daar door een beroepssnijder verder worden afgewerkt. Als voorbeeld had de draaier een paar zwart/wit fotokopieën van die hond. De draaier liet weten het ras helemaal niet te kennen. Des te verbluffende was het dat deze vakman de karaktervolle kop en bouw van de hond exact wist te produceren. Daarbij moet u zich voorstellen dat de hondjes slechts zo’n drie tot vier centimeter groot werden.

Als de ring klaar is wordt die nauwkeurig vergeleken met zijn voorgangers, tijdens het werk werd al regelmatig de schuifmaat gehanteerd. Als de draaier tevreden is wordt het nog natte hout direct gespleten door er een mes op te zetten waarna  met een hamerslag de ring openspringt.  Daarna worden de afzonderlijke hondjes op dezelfde manier uit de ring gespleten. Deze worden vervolgens op een luchtige plaats gelegd om te drogen. Al naar gelang de opdracht worden de dieren, meestal binnen het gezin, verder in vorm gesneden. De poten worden gescheiden, de rug en buik afgerond enz. Daarna worden ze gelakt, eventueel hebben ze nog een gedraaide staart aangemeten gekregen en een stel oren.

Oorspronkelijk bedoeld als speelgoed, nu veel meer verzamelobjecten voor echte liefhebbers.

Wij hebben over de schouder mee mogen kijken bij Hans-Günter Flath in het openluchtmuseum te Seiffen. Deze meester houtdraaier heeft in Seiffen ook zijn eigen werkplaats en draait daarnaast regelmatig in het museum.
Van Dhr. Flath mocht alles bekeken en gefotografeerd worden en van de geheimzinnigheid die ons voorspeld was, heeft deze kunstenaar niets laten blijken.

 

Over de reiffendraaibank moet ik nog vermelden dat deze geheel bevestigd was aan de constructie van de watermolen. De krachten die bij het reifefendrehen ontstaan zijn dusdanig groot dat de draaibank zelfs met schoren aan de plafondbalken van de werkplaats is bevestigd. Ook lopen er horizontale balken naar de dragende balken van de wanden van de werkplaats. Hier tonen de vroegere draaiers hoe belangrijk het is dat een draaibank echt muurvast verankerd moet zijn om grote, zware en  onregelmatige werkstukken, ook bij een lage snelheid, de baas te kunnen. De draaibank gaat op deze manier niet door de werkplaats dansen ondanks dat er een enorm niet gecentreerde blok hout wordt ingespannen!

Opvallend was dat de draaibanken van verschillende houtsoorten waren gemaakt. Ik zag er van beuken, eiken maar ook van naaldhout. De zware goed verankerde constructie zorgde voor de stabiliteit en de houtsoort was duidelijk van minder belang.

De oliespuit voor het smeren van de lagers en het aandrijfmechanisme werd niet gespaard en tijdens het draaien veroorzaakte het waterrad zulke krachten dat het gehele gebouw kraakte. Maar het staat er al eeuwen en zal het beslist, door het zorgvuldige onderhoud, ook nog wel eeuwen volhouden.

Nu we toch in Seiffen zijn gaan we ook naar het speelgoedmuseum.  Dat is althans de naam van het museum. Er is veel speelgoed te zien zeker, maar als draaier kijken we daar toch heel anders naar en we zien eigenlijk een prachtig houtdraaimuseum.

                                            

                                     Een greep uit de oude draaibanken die er te zien zijn in het speelgoedmuseum

 

Er staan diverse oude houtdraaibanken we zien heel veel gereedschappen en vooral ook een uitstalling van houtsoorten in de vorm van kommetjes. Alle vormen van houtdraaien komen er aan bod, elke houtdraaier zal er zich thuis voelen en kan er heel veel inspiratie op doen voor thuis achter de draaibank. Kortom ga er naar toe buiten de hoogseizoenen, zodat je ongestoord en volop geniet van alles wat er daar te zien is, het is beslist de moeite waard.

 

                                               

 

                                     

 

                                                   

 

                                                                             

        Zonder woorden, wat er zoal te zien valt in het speelgoed museum. Meestal staat alles in vitrines waardoor de foto's soms andere       bezoekers of de fotograaf weerspiegelen mijn excuus daarvoor.

 

                                                                        

                                            Nog wat beelden uit het openluchtmuseum van de zaagmolen en de wagenmaker



                                                                       
De eierkop moest thuis nagemaakt worden.

 

Wij genoten van het ‘Bed and Breakfast’ bij de familie Pinkert in de Töpfergaße te Olbernhau. Mw. Pinkert bleek de nicht te zijn van dhr. Stefani, de gastvrijheid zit duidelijk in de familie.  

Hieronder een link naar de VVV.

www.tourismus-erzgebirge.de/site-assistent/cms-admin/user/index.php



 Heeft u vragen of wilt u reageren:

 

Schrijf een bericht in het gastenboek.     Bekijk hier mijn gastenboek.


                                                      

 

Niets van deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

© Wortelsoft
  
2002 t/m 2017